Amboseli NP
Vanuit
Nairobi vertrekken we voor onze 11-daagse safari. Ons
reisgroepje blijkt klein te zijn, vier personen, de andere twee ook een Nederlands
stel (is dat even toevallig). Op safari ben je eigenlijk heel
afgeschermd van het alledaagse leven, je logeert in lodges of tentenkampen
binnen een natuurpark en zit gedurende de dag, zowel in de parken als onderweg
tussen parken, veilig binnen je busje. Soms worden we bij de in- of uitgang van
een park in ons busje belegerd door hordes agressieve verkopers, snel raampjes
dicht dus.
Onderweg
stoppen we alleen in netjes aangelegde toeristen gelegenheden met echte wc's en
dure winkels waar je Masai houtsnijwerk voor exorbitante prijzen kan laten
opsturen naar waar dan ook ter wereld. Eénmaal ontsnap ik uit het busje, tot
grote ontsteltenis van onze chauffeur annex gids, die even aan het tanken is.
Dit dorpje heeft zo'n onweerstaanbaar lokale uitstraling, met z'n 'Highway
Hotel' (een keetje langs de weg), de groentemarkt en alle kleurrijk geklede
vrouwen. Helaas heb ik geen schijn van kans om onopvallend wat fotootjes te
maken, de vrouwen zijn nog sneller verdwenen dan de flamingo's bij Lake Bogoria,
toen ik echt iets te dichtbij kwam.
In
het zuiden van Kenia bezoeken we eerst Amboseli, weidse uitzichten met de indrukwekkende
Kilimanjaro als achtergrond (helaas was het erg heiig en bewolkt, geen
Kilimanjaro gezien dus) en daarna Tsavo West met de Mzimi Springs. Vooral in
Amboseli zien we veel dieren, nu ook olifanten,
nijlpaarden en alweer
flamingo's. En leeuwen, wàt een luie beesten, ze nemen nauwelijks de moeite om
hun kop op te tillen als we toch nogal luidruchtig aan komen sjezen in ons
busje - de chauffeur geeft nog wat extra gas in een vergeefse poging de aandacht
van de lome beesten te trekken en ons de kans te geven op een spectaculaire foto.
Tsavo
West is een uitgestrekt park, waar je eigenlijk veel meer tijd moet doorbrengen
dan de paar uur die bij ons op het programma staat. Alles is hier rood, de rode
aarde stoft heftig en bedekt planten en dieren. We lunchen bij de Kilaguni lodge,
prachtig gelegen met uitzicht
over
een drinkplaats, de bergen in de verte. We zien gazelles en grappige wrattenzwijntjes,
rondrennend met hun dunne staartje met pluimpje recht in de lucht stekend. Geen
gezicht!
In Mzimi Springs raken we in verhitte discussie met de parkopzichter, die het maar niets vindt dat Jac niet meer in God gelooft! Jac kan uitleggen wat hij wil, dat je ook goed kan leven zonder direct in God te geloven, maar nee, zo legt onze parkopzichter uit, het is belangrijk voor jezelf èn voor God dat je hem vereert! Dat komt er nu van, van al onze 'bekeer de heidenen' acties!
Bij
het verlaten van het park zien we vele giraffes, parmantige, ietwat verwaand
overkomende beesten die ver boven het opengeschoven dak van ons busje uitsteken.
We voelen ons gepast klein, maar nemen dan wraak met de observatie dat giraffes
er eigenlijk naarmate je ze langer bekijkt steeds raarder uit gaan zien. Het begint
al bij die bulten op hun kop! Verder zijn ze heel veel smaller dan je bij zo'n
lengte zou verwachten, het lijkt net of iemand ze uit bordkarton gesneden
en speciaal naast het pad neergepoot heeft om de toeristen te vermaken!
We
stoppen bij een Masai dorpje, waar we tegen flinke betaling foto's mogen maken.
Uit de reisgidsen weten we dat de Masai's speciale dorpjes
bouwen voor
bezichtiging, 's avonds keren ze terug naar hun eigen dorpje enkele honderden
meters verderop. Een trieste zaak. Maar we willen graag foto's maken van Masai's zonder aanstoot te geven en niemand kan bezwaar hebben tegen een
geldelijke vergoeding als je de moeilijke omstandigheden ziet waaronder dit volk
moet leven. De watervoorziening is een enorm probleem, men moet kilometers lopen
naar een miniem stroompje, waaruit iedereen zijn water haalt. Je kan
je er alleen maar over verbazen dat er nog mensen in leven blijven. De Masai zijn afhankelijk van hun koeien om te overleven. De afgelopen
tientallen jaren hebben ze veel vee verloren door besmettelijke ziektes. En
tenslotte blijft er voor hen steeds minder land over.
Na
een overnachting in Taita Hills bij Tsavo West reizen we richting Arusha, Tanzania. Het landschap verandert
drastisch nu we aan de andere kant van de Kilimanjaro zijn, het is veel groener,
minder stoffig, een heel vriendelijk landschap. De mensen zijn ook
vriendelijker, niet alleen geïnteresseerd in je geld. Ze vinden het leuk om met
je te praten, te vertellen over het leven in Tanzania, iets te horen over het
leven in dat verre Europa. Men is minder negatief over de regering hier dan de
mensen in Kenia. In Kenia heeft men iets berustends, de regering is nu eenmaal corrupt
en iedereen probeert een graantje mee te pikken, je moet wel. De wegen
in Tanzania zijn schrikbarend slecht, zand-hobbel-weggetjes waar je niet meer
dan dertig kilometer per uur kan halen, en dat alleen nog als je nietsontziend
doorragt, maar op diverse plaatsen is men bezig met wegwerkzaamheden, je ziet
landmeters en men heeft alom hoop op vooruitgang.
Zowel
in Kenia als in Tanzania zijn steeds meer mensen zich ervan bewust dat veel
kinderen krijgen tegenwoordig geen verzekering biedt tegen armoe, dat het heel
belangrijk is kinderen een goede opleiding te geven - en die is allesbehalve
gratis. Ook het hebben van meerdere vrouwen raakt steeds meer uit de mode, voor
zover ik begrijp heeft een man per 300 koeien een vrouw nodig om het werk te
doen - zelf wat doen komt niet altijd spontaan in de hoofden van de heren op!
Bij de Masai doen de vrouwen al het werk. Onze gids vertelt dat dit bij de
leeuwen net zo gaat: alleen de vrouwtjes jagen, het mannetje komt met moeite
overeind als ze wat gevangen heeft, hij wil natuurlijk wèl als eerste eten! Als
je echter geen koeien hebt, is het beslist goedkoper om je tot één vrouw te
beperken (oud Nederlands spreekwoord?).![]()
Terug naar Virtual Traveling home