Pinguïn crazy
Te Anau - Milford Sound - Catlins / Papatowai - Otago Peninsula
Klik op een foto om te vergroten. Toelichting verschijnt dan in de titelbalk. Deze bladzijden tonen maar een kleine selectie van de 250 Nieuw Zeeland foto's. Bestel de CD om alle 250 foto's schermvullend (800 x 600 pixels) te bekijken! Tevens op de CD: diashows met authentieke muziek en het complete interactieve verhaal, ook geschikt om te printen.
We staan vast midden in een enorme schaapskudde. Overal rondom
ons zijn schapen.
Honden
rennen rond de kudde, als gekken blaffend tegen afdwalende schapen. Het lijkt
mij dat de hele kudde aan het afdwalen is, de schapen blijven koppig op de weg
lopen en zijn kennelijk bang de smalle brug over te steken die over het beekje
naar hun nieuwe weide voert. Een honderd meter verderop zit ook een toeristenbus
vast. De bus loopt leeg, toeristen, bewapend met foto en video camera’s, roepen
enthousiast naar elkaar over de koppen van de schapen. De bus toetert maar wordt
door schapen en toeristen totaal genegeerd. Twee schaapherders komen aangerend,
hard roepend en zwaaiend met grote stokken. Uiteindelijk steken enkele schapen
de smalle brug over, vlot gevolgd door de hele kudde. Nu is de weg voor ons
vrij, afgezien van de toeristen, die in de rij staan voor de ingang van hun
bus.
De weg van Queenstown naar
Te
Anau loopt vlak langs een uitgestrekt meer tussen de bergen. Uiteindelijk draait
de weg naar het westen en wordt het landschap meer open. We moeten 250 kilometer
omrijden (enkele reis) om Milford Sound vanaf Queenstown te bereiken. De enige
andere mogelijkheden zijn vliegen vanaf Queenstown over het meer en de bergen
of de boot nemen over het meer en de rest lopen. We kamperen in Te Anau op een
prima camping, geheel Jac approved, alleen een beetje druk. We zijn inmiddels
verwend, hebben meestal een zeer ruime campingplaats en hoeven de camping keuken
en de picknick tafels met weinig mensen te delen. In Te Anau is het echter zeer
druk omdat bijna iedere toerist die naar Milford Sound wil (en dat zijn alle
toeristen dus) hier in Te Anau moet kamperen. Vanaf Te Anay is het nog 120 kilometer
naar Milford Sound.
Het regent als we naar Milford Sound rijden. Niet ongewoon,
de locals hebben ons verteld dat het hier drie van de vier dagen regent. In
de Lonely Planet staat dat de gemiddelde hoeveelheid regen in Milford Sound
zeven meter is. Het landschap is zeer b
ijzonder
in de regen, mysterieuze mistflarden zwevend boven enorme meren versluieren
het uitzicht op de hoge bergen in de verte. Ik hoop dat we een paar droge momenten
in Milford Sound zullen hebben, maar leg voor de zekerheid aan Jac uit dat de
regen ook zo z’n voordelen heeft: watervallen zijn extra indrukwekkend en de
sandflies blijven weg. ‘Sandflies?!’, Jac – niet zo onder de indruk van de omgeving
als ik ben – schiet opeens wakker. In Australië werd hij gek van de vliegen,
maar de sandflies in Nieuw Zeeland blijken even irritant te zijn en bijten nog
ook! Onze enkels zitten vol rode plekken die enorm kietelen, vooral ’s nachts
als je tracht te slapen. Ik vertel Jac dat de sandflies hier in Milford Sound
en überhaupt in het hele Fjordland National Park in enorme wolken opereren.
Jac begrijpt nu waarom niemand hier in Fjordland wil wonen. Het park strekt
zich uit over een enorm gebied, vrijwel totaal verlaten, zeer mooi maar òf
het giet òf je wordt levend opgegeten.
We hebben geluk en de zon laat zich zo af en toe zien gedurende
onze boottocht in Milford Sound.
Op het water hebben we geen last van de sandflies. Milford Sound is één
van de vele fjorden in dit uitgestrekte gebied. De term ‘Sound’ is foutief,
een sound wordt gemaakt door water dat een vallei uitholt, terwijl een fjord
door ijs gevormd wordt. Donker, stil water tussen steile wanden, 700 meter hoog,
600 meter doorlopend onder water. De hoge toppen
van
de bergen zijn zelfs nu, hartje zomer, bedekt met sneeuw. Vele watervallen storten
de gehele 700 meters naar beneden, als het hevig regent veranderen de steile
wanden in brede watervallen. De wanden zijn voor een deel begroeid met bomen
en planten. Zo af en toe stort een brede strook in z’n geheel het water in:
een ‘tree avalanche’. Het kan 250 jaar duren totdat de bomen wederom tot bovenop
de steile wanden groeien. Onze boot volgt het water tussen de hoge wanden en
na een uur zijn we op open zee. Als we draaien zien we dat de ingang verdwenen
is en pas als we weer heel dichtbij zijn zien we de opening in het fjord. Cook
is twee maal voorbij deze opening gevaren en pas later is het fjord per ongeluk
ontdekt, toen een boot bedreigd door een enorme storm op zoek ging naar een
veilige haven. Dit moet wel een heel aangename verrassing geweest zijn!
Terugvarend
door Milford Sound zien we een rots vol zeehonden, slapend in de warme zon.
Enkele zeehonden openen één oog om een blik te werpen op deze
saaie toeristen die ieder uur voorbij komen en nooit genoeg lijken te krijgen
van het staren naar de rots. De stille schoonheid van Milford Sound is indrukwekkend,
de hoge wanden spiegelen zich in het vlakke water. Deze plaats is voor mijn
gevoel al vele eeuwen onveranderd.
De volgende dag rijden we naar het zuiden en komen vast te
zitten op een zeer smalle zandweg achter een kudde stieren. Een kudde schapen
is leuk om naar te kijken, maar om vlak achter circa dertig
jonge
stieren te rijden is een tikje bedreigend. Natuurlijk zijn we ons 1000 Australische
dollar kangoeroe ongeluk nog niet vergeten. In Nieuw Zeeland hebben we wederom
voor 1000 NZ dollar eigen risico gekozen, niet zo’n moeilijke keuze overigens,
want de prijs voor 35 dagen extra verzekering was al 850 dollar, dus dat had
ook weinig zin. Een verstandige beslissing, maar toch speelt de 1000 NZ dollar
door onze hoofden nu we hier achter de stieren aan rijden. In ieder geval ben
ik blij nu met ons onschuldige groene veel te kleine Fordje in plaats van een
grote rode auto! De stieren gaan in een stevige galop vooruit, door een teveel
aan hormonen tijdens het rennen ook nog jolig op en neer huppelend. Een boer
in een oude, kleine pickup rijdt achter ze aan, honden springen in en uit de
pickup en houden de stieren op het rechte pad. Iedere keer als
we
bij een nieuw groot veld komen hopen we dat dit de bestemming van de stieren
is, maar nee, telkens lopen ze door. We zitten nu al een half uur vast achter
de kudde. Plots horen we een luid getoeter achter ons en we worden ingehaald
door een klein autootje, een vrouw achter het stuur, ze rijdt als een gek. Ze
ramt bijna de achterste stier maar toetert en toetert totdat de beesten iets
opzij gaan. Ze geeft vol gas en perst haar autootje door de smalle ruimte. Wij
voelen ons lichtelijk belachelijk na ons half uur wachten en, bang dat we god
mag weten hoeveel langer achter de kudde vast blijven zitten, volgen we haar
onmiddellijk, angstig zo ver als mogelijk weg sturend van de agressieve hoorns.
De stieren hebben schuim op de bek staan en het wit van hun ogen glimt vervaarlijk
op als ze hun hoofden draaien om onze manoeuvres te bekijken.
We belanden in een zeer geïsoleerd gelegen plaatsje helemaal
in het zuiden, Papatowai
in ‘The Catlins’, de naam van het natuurgebied. Onze camping heeft een kleine
winkel en een pompstation, de enige winkel en pompstation van de omgeving, wat
gereflecteerd wordt door de hoge prijzen: loodvrij (de enige benzine die je
kan krijgen) is 30% duurder dan in het plaatsje 25 kilometer verderop. De camping
is niet druk, er staan maar een paar families, toevallig dicht bij onze tent.
Ze maken ongelofelijk veel lawaai, draaien zeer luide muziek een soort hiphop,
zingen op volle sterkte mee en roepen onverstaanbare dingen naar elkaar. Alcohol
wordt niet geschuwd. Het lawaai duurt tot vroeg in de ochtend. Als wij een paar
uur later opstaan passeren we de tenten opgewekt fluitend, in een zielige poging
om wraak te nemen. De eigenaar van de camping legt ons uit dat dit de voorbereidende
nacht was voor het muziekfestival dat vlakbij gehouden wordt. Als de muziek
van dit festival enigszins lijkt op de muziek die we vannacht gehoord hebben,
zijn wij niet erg geïnteresseerd. We brengen liever een bezoekje aan Nugget
Point om de beroemde ‘yellow eyed’ pinguïns te zien. De pinguïns prefereren
ook hun rust.
De weg naar Nugget point is zeer smal en voor een deel niet
geasfalteerd. We rijden naar boven over de smalle rode gravel weg en hebben
een prachtig uitzicht over de
immense
bossen en de oceaan. Naar beneden rijdend bezoeken we een waterval. De Catlins
heeft meerdere interessante watervallen, zoals overigens heel Nieuw Zeeland.
Het laatste deel van de weg naar Nugget point gaat sterk bergafwaarts en Jac
– die mij voortdurend erop gewezen heeft dat ik niet zo snel moest rijden over
de losliggende gravel – verliest vrijwel de controle over de auto. Enkele angstige
momenten zwerven we van geheel links op de weg, waar de weg direct overgaat
in de oceaan, naar geheel rechts waar scherpe rotsen het einde van de weg markeren,
en weer terug naar links. Juist als ik me niet alleen over onze 1000 NZ dollar
begin zorgen te maken maar ook over onszelf, krijgt Jac de auto weer onder controle
en legt me uit dat hij geen moment de controle kwijt geweest is. Aangezien hij
nog steeds aan het stuur zit en de weg er niet breder op geworden is acht ik
het verstandiger om geen commentaar te geven. Ik troost me met de gedachte dat
ik in ieder geval voorlopig geen last meer zal hebben van opmerkingen over mijn
rijgedrag op gravel.
Het is extreem koud op Nugget Point. Een sterke wind direct
van zee blaast recht in ons gezicht als we de paar honderd meter afleggen naar
de observatiehut vanwaar we de pinguïns kunnen bekijken, die aan het eind
van de middag
verondersteld
worden terug te keren van een dagje vissen in zee. Geen pinguïn te zien
momenteel en ik kan ze geen ongelijk geven, het is veel te koud. De kust is
ruw, hoge kliffen en scherpe rotsen overdekt met dik struikgewas. Het gebied
is ideaal voor de ‘yellow eyed’ pinguïns, die in tegenstelling tot veel
andere pinguïn soorten echte solitaire beesten zijn. Deze pinguïns
leven samen met hun partner, maar hebben geen contact met andere paartjes. Er
zijn nog maar weinig ‘yellow eyed’ pinguïns overgebleven, wellicht vanwege
de afgelegen plek en het speciale struikgewas dat ze nodig hebben om te
broeden.
Zelfs hier, in Nieuw Zeeland, is eenzaamheid steeds moeilijker te vinden. We
wachten en na een half uur zien we onze eerste pinguïn. In het begin zijn
we niet zeker of het wel een pinguïn is, we zien iets donkers in de branding,
maar ik heb al te vaak ladingen zeehonden en walvissen gezien die zich later
ontpopten als een stukje rots dat net boven zee uitstak. Maar dan rolt de donkere
plek plots uit de branding, krabbelt op z’n voeten, waggelt naar het strand,
flappert z’n vleugels heen en weer en begint met de snavel zijn veren in orde
te brengen, te bedekken met vet zodat ze weer waterproof zijn. Dan worstelt
ie over de rotsen, opmerkelijk vlot op z’n onhandige poten en verdwijnt in het
struikgewas.
Meer pinguïns spoelen aan en met mijn 300 mm lens maak ik prachtige foto’s van eenzame pinguïns op uitgestorven stranden. Maar we zijn nog veel te ver weg naar mijn smaak. We praten met andere pinguïn bewonderaars, een paar toeristen en een professionele fotograaf die ons vertellen dat je op Otago Peninsula ten westen van Dunedin pinguïns van zeer dichtbij kan bekijken.
Dus
rijden we de volgende dag naar Otago Peninsula, honderd kilometer naar het noorden,
waar we in Portobello kamperen. We hebben mooi weer en het schiereiland biedt
wijde uitzichten over bergen en zee, tenminste, als je je niet al te veel zorgen
maakt over het rijden over de zeer smalle weg vlak naast het water, de enige
weg naar en rond het schiereiland. Portobello is tegen de steile heuvel opgebouwd,
direct naast het water. Onze camping is wat hoger gelegen, is schoon en heeft
veel plaats. We ontmoeten ladingen Nederlanders, enkele kennen we al van de
afgelopen weken. ’s Avonds blijft het lang warm en we zitten buiten tot laat
in de nacht met een groepje van acht mensen van verschillende leeftijden. Sommige
reizen een jaar, andere drie maanden zoals wij. We praten over zeer persoonlijke
zaken, in de donkere nacht is het opmerkelijk gemakkelijk om te praten met mensen
die vertrouwd aanvoelen, maar die je nooit meer zal zien.
We hebben heel veel geluk met het goede weer, de laatste weken
heeft het vaak geregend tijdens de pinguïn tours volgens onze gids van
het ‘penguin rescue center’.
Hij
is beslist opgelucht dat hij niet weer de regen hoeft te trotseren. Het mooiste
strand van het schiereiland is geconfisceerd door de pinguïns en het pinguïn
centrum tracht de specifieke struiken te laten groeien waar de ‘yellow eyed’
pinguïns graag in nestelen. De (geïmporteerde) konijnen stellen deze
pogingen erg op prijs en alhoewel de toch zeer gemotiveerde vrijwilligers van
het pinguïn centrum de meest ingenieuze manieren verzinnen om de struiken
te beschermen, zoals netten en grote autobanden, eten de konijnen de jonge aanplant
een stuk sneller dan de struiken groeien. Een stelstel van loopgraven maakt
het mogelijk de pinguïns te bekijken zonder hen teveel te verstoren.
We
worden gewaarschuwd geen enkel geluid te maken en de gids legt ons uit dat de
pinguïns niet bang voor ons zijn als ze alleen het kleine stukje van ons
zien wat te zien is door de spleet in de loopgraven. Ze denken dan namelijk
dat wij net zo klein zijn als het gat in de loopgraven en concluderen dat wij
geen bedreiging zijn. Aangezien deze pinguïns solitair leven maakt men
zich zorgen dat de constante stroom toeristen hen hier op den duur zal verjagen.
Het pinguïn centrum krijgt geen subsidie en is dus geheel afhankelijk van
de inkomsten door toeristen. Zodoende is men nu druk bezig met een groot onderzoek
om te zien of het stress niveau van de pinguïns verhoogd wordt door de
bezoekers. Het lijkt mij tamelijk duidelijk dat de pinguïns last van ons
zullen hebben. Maar tja, ik wil ze toch nog steeds graag zien!
En
zien doen we ze! We zien volwassen pinguïns hun jongen voeren. De jongen
zijn al vrijwel net zo groot als de volwassenen, maar hebben nog donzige veren
die niet waterdicht zijn, waardoor ze niet de zee in kunnen om zelf te vissen.
De jongen zijn zeer hongerig en duwen alsmaar tegen de keel van hun ouder, zodat
meer eten opgeschokt wordt. We zijn een meter of tien verwijderd van ouder en
jong en ik ben zeer enthousiast. Ik vrees dat we te veel geluid maken, opgewonden
luid gefluister, in- en uitzoemen van lenzen, terugspoelen van een vol rolletje
en
dan opeens het keiharde geroep van de walkietalkie van de gids. De pinguïns
negeren ons totaal. Dan zien we twee jonge pinguïns die aan het rusten
zijn vlak tegen de wand van een loopgraaf. Ze zijn veel te dichtbij om foto’s
met mijn 300 mm lens te maken en ik wissel snel van lens. Als ik mijn arm uitstrek
kan ik één van de pinguïn kuikens aanraken, wat helaas expliciet
verboden is. De pinguïn ligt plat op de grond, één oog open
waarmee hij mij en mijn camera in de gaten houdt. Waarschijnlijk steekt er een
heel stuk meer van mij door de opening dan officieel toegestaan. Maar het pinguïn
kuiken lijkt niet bang, meer half geïnteresseerd en half slaperig. De professionele
fotograaf naast mij heeft problemen met het maken van foto’s, hij en zijn lenzen
zijn veel te groot om door het gat te steken.
Even later worden we erop geattendeerd dat één
van de volwassen pinguïns terugkeert van zee en vermoedelijk vlak langs
onze loopgraaf zal komen lopen op weg naar zijn nest. Ik zie hem aan komen hobbelen
over de stenen en maak foto’s terwijl hij dichterbij komt,
totdat
hij zo dichtbij is dat ik alweer de andere lens nodig heb. Ik wissel niet van
lens maar blijf gewoon kijken, helemaal genieten en volgens Jac was ik ‘fantastisch…fantastisch…’
aan het mompelen. Als we de loopgraaf uitkomen sta ik oog in oog met de pinguïn
die net zo vlak langs liep. Hij staat aan de andere kant van het hek op nauwelijks
twee meter afstand, en kijkt naar mij en de andere mensen van onze groep (die
op iets discretere afstand staan dan ik). Hij is duidelijk niet van ons onder
de indruk, zelfs nu hij ziet hoe groot we werkelijk zijn – de pinguïns
geloven volgens mij niet zo in het verhaal dat wij net zo groot als de kijkgaten
zijn. Na een halve minuut verliest hij zijn interesse in mij en gaat zijn verenpak
verzorgen, wachtend tot wij verdwijnen. Het ziet er absoluut niet naar uit dat
zijn adrenaline niveau verhoogd is door ons bezoek, iets wat bepaald niet gezegd
kan worden van mijn adrenaline niveau!
Terug naar Virtual Traveling home