Wisselende uitzichten
Lake Tekapo - Kaikoura - Kaiteriteri - Abel Tasman - Picton
Klik op een foto om te vergroten. Toelichting verschijnt dan in de titelbalk. Deze bladzijden tonen maar een kleine selectie van de 250 Nieuw Zeeland foto's. Bestel de CD om alle 250 foto's schermvullend (800 x 600 pixels) te bekijken! Tevens op de CD: diashows met authentieke muziek en het complete interactieve verhaal, ook geschikt om te printen.
We rijden in noordelijke richting langs de hoogste berg van
Nieuw Zeeland. Wat
verderop
kamperen we naast Lake Tekapo. Naast de tent liggen we lekker op het gras te
zonnen. Een slimme mus gaat in de nog warme radiator van onze auto zitten en
doet zich te goed aan alle dode insecten. Het meer is beroemd om zijn aquamarijnen
kleur en inderdaad, tussen de donkergroene bomen door zien we het meer helderblauw
schijnen. De bijzondere kleur wordt volgens de Lonely Planet veroorzaakt door
licht weerkaatst door kleine deeltjes die in oplossing gehouden worden in het
ijswater. Later ’s avonds, als de zon ondergaat en de toppen van de bergen verdwijnen
in de wolken, is het meer een briljant oplichtende vlek temidden van de steeds
donker wordende bergen.
De volgende morgen beklimmen we Mount John, van waaraf we uitzicht
hebben over lake Tekapo. Van de andere kant van de berg hebben we wijds uitzicht
over een grote droge vlakte, een soort maanlandschap. Aan de horizon zijn met
sneeuw
bedekte bergen te zien. Jac vindt de wandeling maar niks, hij klaagt over ‘als
een muilezel omhoog sjouwen’ (alhoewel de klim niet bijzonder steil is en maar
drie kwartier in beslag neemt) en is teleurgesteld door het uitzicht, wat mooi
is maar we zijn inmiddels verwend geraakt met het ene fantastische uitzicht
na het andere. Een wandeling moet interessante, afwisselende uitzichten bieden
zonder zware beklimmingen te eisen, legt Jac aan me uit. Een ietwat tegenstrijdig
eisen pakket moet ik zeggen. In Holland ken ik vele wandelingen die niet zwaar
zijn,
zelfs
naar Jacs oordeel, maar om nu van interessante, afwisselende uitzichten te spreken…
In Nieuw Zeeland zijn er meer dan genoeg wandelingen met afwisselende uitzichten
te vinden, maar dat zijn toch doorgaans inspannende wandelingen. Tijdens de
afdaling poog ik dit Jac zonder succes uit te leggen. Beneden aangekomen ziet
het meer er aanlokkelijk verkoelend uit. De luchttemperatuur is niet hoog, 19°C,
maar de zon is zeer warm. Ik wil gaan zwemmen maar Jac voelt er niets voor,
gaat lekker languit aan het water liggen en verklaart dat hij al gewandeld heeft
en dat wel voldoende afzien is voor vandaag. Volgens Jac is het water veel te
koud om aangenaam in te zwemmen.
Ik
ren moedig het water in, dat een stuk kouder is dan het koudste water waar ik
ooit in gezwommen heb. Onvoorstelbaar. Maar natuurlijk kan ik Jac niet het plezier
gunnen om zo snel al op te geven, dus zwem ik totdat ik bang ben kramp te krijgen.
Als ik terugzwem zie ik opeens een enorme roze vis vlak achter me half uit het
water opspringen. Ik heb het eerlijk gezegd niet erg op grote vissen en zwem
in wereldrecord tijd terug naar het strand. ‘Lekker water!’ roep ik tegen een
stomende Jac, ‘Waarom neem jij niet even een duik?’.
We rijden naar Kaikoura in
het noordoosten van het zuidelijke eiland. Onderweg zien we heuvels bedekt met
een wolkendekentje, grote rivieren die diepe dalen uitgesleten hebben in de
zachte grond, groene velden vol schapen, weidse uitzichten op de oceaan. Kaikoura
is de beste plaats in Nieuw Zeeland om walvissen te zien. Walvis specialisten
hebben een heel systeem opgebouwd om walvissen op te sporen en van een gespotte
walvis zo snel mogelijk de locatie door te geven. Twee of drie vliegtuigen en
verschillende boten staan met elkaar in contact en rapporteren iedere walvis.
Alle boten zijn uitgevoerd met onder water camera’s en supersonische apparatuur.
Walvissen zijn niet makkelijk te vinden, ze zwemmen vanzelfsprekend in diep
water en zijn per keer maar zo’n tien minuten boven water om op adem te komen,
waarna ze gemiddeld een uur onder water zijn. Walvissen kunnen enkele kilometers
diep duiken.
De volgende morgen is het weer goed. Maar als we naar het ‘whale
watch’ centrum lopen, vlak naast onze camping, zien we tot onze verbazing dat
de zee vrijwel totaal
verdwenen
is in een dikke laag mist. Zo heeft het weinig zin om op zoek te gaan naar walvissen.
Misschien trekt de mist rond de middag op, speculeert een nogal optimistische
dame achter de balie. Ze is gewend aan de teleurstelling van toeristen. We lopen
terug naar onze camping. In de zon zittend lezen we wat en zien de mist geleidelijk
dichterbij sluipen. De zee is totaal verscholen door de mist. Om elf uur kunnen
we zelfs het dorpje Kaikoura niet meer zien. Om twaalf uur kruipen mistflarden
over onze camping. Ik heb het koud en doe een lange broek aan voordat we weer
terug wandelen naar het ‘whale watch’ centrum. We zullen onze reservering naar
morgen moeten verzetten. Vanaf het ‘whale watch’ centrum, toch direct aan het
strand, is de zee niet te zien. We gaan het kantoor binnen en de optimistische
dame achter de balie verzekerd ons dat we niet hoeven wanhopen, de mist is aan
het optrekken. Dit vind ik wel erg overdreven optimistisch. Maar nee, zegt ze,
even geduld hebben (na meer dan twee maanden vakantie heb ik werkelijk iets
meer geduld dan vroeger…). Na twintig minuten verklaart de dame dat het uitzicht
op zee voldoende goed is nu. Wij geloven er niet veel van maar besluiten het
toch maar te proberen.
Als we het kantoor uitkomen na de veiligheidsfilm bekeken te
hebben zijn we stomverbaasd: de mist is opgetrokken en de zon schijnt. Je moet
zelf in Nieuw Zeeland geweest zijn om dit soort snelle weersveranderingen te
geloven. De whale
watch boot biedt plaats aan circa 80 personen. Het is een snelle boot. Iedere
zitplaats is voorzien van minimaal 15 spuugzakjes, deze boten zijn berucht.
De zee is gelukkig heel rustig, er staat bijna geen wind en de mist is weg.
Maar enkele mensen worden zeeziek. Jac wordt uit principe niet zeeziek en ik
ben te druk met fotograferen om ziek te worden. Alhoewel we gewaarschuwd zijn
dat het lang kon duren totdat we een walvis zagen, zien we de eerste walvis
al na twintig minuten varen als we net in diep water aangekomen zijn. Kort daarna
zien we er nog twee. Gedurende de minuten dat de walvis boven water is zie je
eigenlijk vrijwel niets van het beest, alleen een deel van zijn rug (op zich
al groot genoeg)
en grote waterfonteinen die omhoog spuiten. Voor de zekerheid begint iedereen
als een gek foto’s te nemen. Een waarschuwing echter: je zult later niet erg
onder de indruk zijn van deze foto’s (en je vrienden nog minder…) en bovendien
loop je het risico juist zonder film te zitten op het moment suprème!
De kapitein geeft ons nauwgezette instructies: ‘Nu gaat ie zich voorbereiden
voor de duik, nu laat hij zich onder water glijden, nog even wachten, even wachten,
nu zie je zijn staart omhoog gaan, wacht, wacht, …wacht, …, ja, nu, nu, nu!!!
Met een majestueuze beweging zwaait de staart hoog boven het water, lijkt even
stil te hangen, water druppelt van de staart, dan begint hij langzaam te dalen
en verdwijnt in het diepe water.
Een fantastisch gezicht en we zijn onder de indruk, maar toch
vond ik de pinguïns leuker. Sorry. Kan zijn omdat ik oog in oog met enkele
pinguïns heb gestaan en om eerlijk te zijn maar een heel vaag idee heb
waar de ogen van de walvis zouden horen
te zitten. In ieder geval zou ik deze walvis ervaring niet willen missen, de
walvissen lijken zo uit de oertijd te komen. Op de terugweg zien we ladingen
jolige dolfijnen, ‘dusky dolphins’, spelend op de boeggolven van de boot. Ze
lijken te beseffen dat wij naar ze kijken en voeren een hele show op: ze zwemmen
hard onder de boot door, springen uit het water, draaien snel en zwemmen weer
terug onder de boot, etcetera. Heel leuk om deze dieren te bekijken, die zo
duidelijk plezier hebben. Zeehonden zijn niet weg te denken van elk boottochtje,
dus brengen we tenslotte nog een bezoek een een rots waar enkele zeehonden samen
met een familie aalscholvers bivakkeren. Ze kijken nogal geïrriteerd bij
dit zoveelste bezoek van een toeristen boot.
’s
Avonds halen we een enorme pizza, die we op onze camping delen met hongerige
zeemeeuwen. Enkele dominante mannetjes besteden hun tijd aan het wegjagen van
de concurrentie (kop laag, nek lang, opgezette veren, lage dreigende geluiden),
waar ze flink druk mee zijn. Ondertussen voeren wij de minder dominante meeuwen.
De zeemeeuwen hebben een simpele manier van eten: ze nemen het hele brok in
één stuk in hun bek en trachten het door te slikken. We experimenteren
met grotere en grotere stukken pizza, maar de meeuwen geven het niet op en eten
alles zonder er in te stikken (al zijn er moeilijke momenten). Erg grappig om
de dunne keel plaatselijk vervaarlijk uit te zien steken door de hoeken van
de pizza.
Van Kaikoura rijden we naar Picton in het noorden, waar we
tickets voor de over enkele dagen geplande oversteek naar het noord eiland kopen.
Picton is een pittoresk plaatsje. Plaatsjes in Nieuw Zeeland zijn over het algemeen
leuker dan plaatsen in Australië,
die
erg uitgestrekt en oninteressant zijn. Picton is duidelijk een toeristenplaats,
iedere toerist komt door Picton op weg van het noord eiland naar het zuid eiland
of omgekeerd. Maar Picton is niet alleen een toeristenplaatsje, het heeft de
sfeer van een echte vissersplaats behouden, zoals je kan merken in de haven,
in de kleine winkeltjes en in de café’s. We wandelen in het park naast
de haven en eten pannenkoeken. Daarna volgen we de ‘Charlotte Drive ‘, een smal
kronkelend weggetje langs de Charlotte Sounds, in de richting van Nelson. We
hebben prachtig uitzicht over de heuvels en het water, niet zo dramatisch als
Milford Sound, maar hier geeft het uitzicht vanaf het hooggelegen weggetje een
gevoel van eindeloze ruimte.
In
het uiterste noorden van het zuid eiland ligt het Abel Tasman National Park.
We vinden een camping net ten zuiden van het park, in Kaiteriteri, naast een
smetteloos strand met oogverblindend wit zand en emerald blauw water. Zo moet
God een strand bedoeld hebben, al is hij helaas niet altijd even succesvol geweest
in de uitvoering. In ieder geval hebben we hier geen klachten. De plaatsen op
de camping zijn uitzonderlijk groot en als we om ons heen kijken begrijpen we
waarom: de meeste mensen komen uit Nieuw Zeeland en zijn voorzien van een grote
auto, een grote caravan met een grote voortent en natuurlijk een grote boot.
Wij hebben maar een heel klein deel van onze campingplaats nodig voor ons kleine
tentje en dito auto, een bespottelijk gezicht vergeleken met de plaatsen naast
ons.
Het weer is heel goed en we brengen een paar dagen lekker aan het strand door totdat we helemaal verzadigd zijn van de zon. De tweede dag, als het ietsje koeler wordt aan het einde van de middag, bezoeken we Abel Tasman Park. We volgen de smalle weg naar Marahua. Dit gebied doet bijna Italiaans aan met veel bloemen, kleine witte huisjes overal op de heuvels, hoge bomen en zo af en toe verrassend uitzicht op de blauwe oceaan. Gelukkig zijn er hier geen hotels of toeristen complexen die het uitzicht verpesten en staat er geen file op het piepkleine weggetje, de enige route naar het Abel Tasman Park. De weg stopt in Marahua en van daar gaan we te voet.
Het Abel Tasman Park biedt enorme wouden en uitgestrekte stranden. Een wandeling van drie of vier dagen voert van noord naar zuid (of vice versa) langs de kust. We volgen dit pad voor twee uur en hebben ongelofelijke uitzichten over de oceaan aan onze rechterkant en de bossen aan de linkerkant. Op de terugweg klimmen we door het bos naar beneden naar één van de verlaten stranden, waar we in het zachte licht van de avond in het zand zitten kijken naar de oceaan. Jac verklaart dat hij dit nu een perfecte wandeling vindt: interessante, steeds veranderende uitzichten en toch niet te zwaar.
’s Avonds praten we in de camping keuken met een excentrieke
man van het Isle of Man, die de Engelse winters hier doorbrengt. In de zomer
bezoekt hij de beroemde motorracen op
zijn eiland. Grote zwarte kevers vallen op de grond, op onze kleren, ons haar
en in de theemokken. Een merkwaardig fenomeen. In de toiletten is de grond bezaaid
met half gesplashte kevers. De meeste mensen lopen rond op blote voeten, net
als in Australië is op blote voeten lopen het symbool van vrijheid. Het
maakt niet uit of het ijskoud is, of je nauwelijks vooruit komt strompelend
over scherpe stenen op de weg en dat je niet kan voorkomen kevers plat te trappen
of in plasjes van ongedefinieerde substantie te stappen. Ik poog niet te denken
aan al die smerige voeten die zo dadelijk vrolijk in slaapzakken duiken.
Na
drie dagen zon en zee rijden we terug naar Picton en nemen de ferry naar Wellington
op het Noord Eiland.
Terug naar Virtual Traveling home