Elementaire krachten
Wellington - Tongariro NP - Wai-O-Tapu
Klik op een foto om te vergroten. Toelichting verschijnt dan in de titelbalk. Deze bladzijden tonen maar een kleine selectie van de 250 Nieuw Zeeland foto's. Bestel de CD om alle 250 foto's schermvullend (800 x 600 pixels) te bekijken! Tevens op de CD: diashows met authentieke muziek en het complete interactieve verhaal, ook geschikt om te printen.
Hoewel Auckland veel groter is dan Wellington, is Wellington
toch de hoofdstad van Nieuw Zeeland. Wellington ligt helema
al
in het zuiden van het noord eiland, ingeklemd tussen de zee, de baai en de bergen.
Veel mensen die in Wellington werken, wonen in één van de beide
valleien ten noorden van Wellington. De plaats spreekt ons aan. De bijnaam van
Wellington is ‘Windy Wellington’, maar momenteel doet Wellington zijn naam geen
eer aan, het is windstil en de zon schijnt. We wandelen naar de haven, enkele
mensen kajakken in de haven. We horen een plons en tot onze stomme verbazing
zien we een man zwemmen in de haven. Een verfrissende duik. Niet iets om in
Nederland te proberen.
We
bezoeken het ‘Te Papa’ museum, een enorm, lelijk gebouw naast de haven. Het
museum heeft interessante tentoonstellingen over de Maori, het van origine Polynesische
volk dat rond 1000 voor Christus met bootjes naar Nieuw Zeeland is getrokken.
Andere tentoonstellingen gaan over de Europese immigranten, zowel recent als
in de 18e eeuw. We zien veel houtsnijwerk, ondersteunende balken van gebouwen
en lange kano’s gedecoreerd met afschrikwekkende hoofden van voorvaders. Toevallig
heeft men momenteel een tentoonstelling over de Nederlandse immigranten van
de jaren vijftig. De economische situatie in Nederland was zeer slecht na de
tweede wereld
oorlog
en mensen hadden het gevoel ‘Holland is vol’, een bekende kreet op de één
of andere manier? Nieuw Zeeland had veel behoefte aan arbeidskracht en de autoriteiten
oordeelden dat de Nederlanders zich waarschijnlijk het beste aan zouden passen
aan de Engelse cultuur. In feite is de cultuur van Nieuw Zeeland alleen oppervlakkig
gezien Engels en hadden de immigranten een totaal verkeerd beeld van het land,
waardoor velen zeer teleurgesteld werden in hun nieuwe vaderland. Maar eenmaal
aangekomen in Nieuw Zeeland was het doorgaans niet mogelijk weer terug te gaan.
We zien een Nederlands paspoort met een groot stempel: ‘Alien’. Ook zien we
een foto van een kamp boordevol immigranten woningen, zeer dicht tegen elkaar,
kleine tentachtige huisjes waar net genoeg ruimte in was voor een bed.
Een andere verdieping van ‘Te Papa’ herbergt een interactieve
tentoonstelling die de elementaire krachten waardoor Nieuw Zeeland gevormd is
demonstreren.
We
maken een aardbeving mee in het aardbeving huis, zien explosies van vulkanen
op grote schermen en kunnen zelf meten in hoeverre de botsende tektonische platen
het oosten ten opzichte van het westen van Nieuw Zeeland verschuiven. In Nederland
hebben we te maken met de elementaire krachten van water en wind, maar in Nieuw
Zeeland en met name op het noord eiland worden we direct geconfronteerd met
de oerkracht van de natuur. Vooral de kracht van de bewegende tektonische platen
is imponerend, waardoor vroeger en nu aardbevingen ontstaan, vulkanen vormen
en thermische gebieden opborrelen.
In het kleine centrum van Wellington drinken we bier op een terras. Een vrijwel naakte Indiër voert frietjes aan een duif, een meisje speelt gitaar, haar vriend zingt zachtjes. Twee jongens oefenen een jongleer act met kleine balletjes, een Maori met zijn shirt rond zijn heupen gebonden roller skate voorbij met een gitaar op zijn rug, een zeer relaxte zakenman in een duur pak wandelt langs. Een oude man in een rolstoel stopt bij ons terras, bestelt een cappuccino en kijkt met genoegen om zich heen.
Onze volgende stop is Tongariro National Park. We kamperen
in de ‘thermal town’ Tokaanu, direct ten zuiden van lake Taupo. Misschien vraag
je je af waar ‘thermal town’ precies op slaat? Dat is heel simpel, het betekent
dat zelfs het koude
water
van de camping warmer is dan het warme water van de meeste campings en dat je
op onverwachte plaatsen rondom je stoom uit de grond kan zien borrelen. Onze
camping, Oasis, is zeer rustig momenteel, aangezien het vakantie seizoen net
afgelopen is. Het meer is nergens te zien al zijn we heel dichtbij. Jac kijkt
vol wantrouwen naar de enorme hoeveelheid boten op de camping. En dan, als we
één van onze buren ontmoeten, compleet met boot, worden zijn ergste
vermoedens bewaarheid: dit is een echte vissers camping… De nabijgelegen plaats,
Turingo, noemt zichzelf ‘Trout capital of the world’. Dit klinkt bekend, Adaminably
in Australië voerde dezelfde titel! Beide plaatsen zijn zeer klein en ik
veronderstel dat niemand de moeite neemt uit te zoeken wie nu werkelijk de forel
hoofdstad van de wereld is. Wel heel toevallig dat we ze allebei bezocht hebben
– Jac mompelt iets over mensen die bij voorkeur afgelegen vissers campings uitzoeken,
geen idee waar hij het over heeft?
’s Middags krijgen we nieuwe buren en we praten even met hen.
Trots vertellen we dat we maar liefst drie maanden op reis zijn. Het stel, beiden
bruin en slank,
de
vrouw nog steeds mooi al is ze in de zestig, de man ziet er nog jonger uit dan
zij, vertelt ons over de reis door Nieuw Zeeland die ze gepland hebben. We geven
wat advies. Vervolgens vertellen ze dat ze bezig zijn met een zeilreis rond
de wereld. Ze zijn nu tien jaar aan het trekken. Ik voel me lichtelijk belachelijk
na mijn trotse verhaal over drie maanden op reis. Ze vertellen dat ze eerst
vier jaar in de Middellandse zee gezeild hebben (niet te ver van huis in verband
met de slechte gezondheid van haar moeder), vervolgens overgestoken zijn naar
de Verenigde Staten, door naar het zuiden van Amerika en dan in een grote groep
zeilboten de oversteek naar Australië. Jac vindt tien jaar toch echt te
veel. We gaan naar de keuken om wat te lezen.
Een Nieuw Zeelandse vrouw, druk aan het koken, begroet ons
hartelijk. We trekken onze fles wijn open en ze is meteen geïnteresseerd.
Deze heftige interesse in
combinatie
met haar over gecoördineerde bewegingen en wel heel impulsieve uitspraken
maken dat ik me afvraag of ze een alcoholica is. De vrouw vertelt dat ze samen
met haar broer op weg is naar Steward Island. Haar broer, een grote, slome,
simpel uitziende man, komt even kijken om zijn diner te inspecteren en vertrekt
tevreden weer naar zijn cricket op tv. De vrouw en haar broer wonen op een eiland
vlak bij Auckland. Beide hebben veel dieren thuis en daarom is het handig dat
haar man voor de dieren kan zorgen terwijl zij en haar broer op vakantie zijn.
Ik vraag me in stilte af of het niet handiger zou zijn als zij en haar man op
reis gingen terwijl haar broer voor de beesten zorgt. Kennelijk zijn mijn gedachten
op mijn gezicht te lezen of komt deze vraag bij iedereen op, want de vrouw stelt
me direct gerust: eens per jaar gaat ze op reis met haar man, hij heeft dus
geen reden tot klagen.
Howard sjeest de keuken binnen op zijn driewieler. Hij voelt zich een beetje eenzaam hier, hij is het enige kind momenteel op de camping.
Hij maakt een rondje in de keuken, inspecteert het eten dat de vrouw aan het
koken is, inspecteert onze wijn en verdwijnt weer met een vervaarlijke bocht,
waarbij hij maar
net
de jonge vrouw die binnen komt kan ontwijken. Ze wordt gevolgd door een donkere
man, wellicht Maori te oordelen naar zijn huidskleur en in elkaar gedraaid lang
zwart haar. Zij is lang en mooi, hij is ook knap om te zien, net wat korter
dan zij, maar lijkt door zijn brede schouders een stuk groter. De vrouw begint
met koken en hij helpt, maar concentreert zich duidelijk meer op de kleine radio,
dicht tegen zijn oor gedrukt om maar niets van het cricket te missen. Het meisje
maakt zich geen zorgen over zijn gebrek aan enthousiasme en maakt zeer duidelijk
dat ze niet let op wat hij doet (of vooral niet doet). Ik kan haar bijna horen
denken: ‘Het is zijn verantwoordelijkheid en hij leert het in ieder geval nooit
als ik hem steeds vertel wat hij moet doen’. Pas als één van de
pannen vrijwel droog kookt brengt ze dat feit even onder zijn aandacht – ze
laat geheel aan hem over wat hij met deze informatie wil doen.
We halen take away van de
winkel naast de camping, drinken de rest van de wijn en zetten vervolgens thee.
Een zeer oude, krom lopende man komt de keuken in. Vanmorgen hebben hij en zijn
vrouw mij van alles verteld over hun ervaringen op deze camping, waar ze al
vrijwel hun hele leven een deel van hun vakantie doorbrengen. Ze genieten van
de rust hier. De rug van de man is zodanig gebogen dat hij normaliter alleen
zijn voeten ziet. Met veel moeite onderlangs schuin omhoog kijkend kan hij een
glimp van ons opvangen. Deze moeilijke positie weerhoudt hem echter niet van
het uitgebreid verstrekken van advies aangaande interessante bezienswaardigheden
en activiteiten.
We slapen niet best. Een lading muskieten heeft zich in onze tent verschanst. Jac, die normaal vrijwel bloot ligt, poogt zich totaal te verstoppen in de slaapzak. Hij draait iedere minuut (voorzichtige schatting) vanwege het enorme gekietel van de sandfly beten op zijn stomende voeten en benen.
De
volgende morgen worden we om zes uur door onze wekker gewekt. Normaal heb ik
veel moeite met opstaan en al helemaal na zo’n slechte nacht, maar ik ben zeer
gemotiveerd om de Tongariro crossing te lopen. Zowel volgens onze Lonely Planet
als volgens de verhalen van medereizigers is dit de mooiste ééndaagse
wandeling van Nieuw Zeeland, als je tenminste een beetje uitzicht hebt. De wandeling
voert midden door kraters en over vulkanen. Duidelijk een geval voor de categorie
‘Prestatie Wandelingen’ vrees ik. Jac moppert maar wil toch niet achterblijven.
Verder hebben we gisteren jonge toeristen ontmoet die de wandeling net gelopen
hadden en vertelden dat hij zeer mooi en niet
echt
zwaar was op een enkel stukje na. We nemen de bus van zeven uur in Turingo naar
de start van de wandeling. Als de bus stopt gaan de vulkanen geheel schuil in
de mist. We maken ons zorgen over het weer, als we boven zijn willen we natuurlijk
graag een beetje uitzicht hebben en verder meldt de buschauffeur dat het vandaag
gaat regenen, volgens de locale weervoorspelling pas laat in de middag. Nu willen
we alleen nog graag weten wat men hier met ‘laat’ bedoelt… Afgaande op het succes
van de weersvoorspellingen in Nederland vrees ik het ergste. Maar aangezien
we al geld in de bustickets geïnvesteerd hebben (onder zwaar protest van
Jac die het bustarief erg hoog vindt, de wandeling loopt echter niet rond en
de kans op een lift terug is klein, dus hebben we weinig keus) en ik sowieso
niet graag opgeef, volgen we onze mede passagiers het smalle pad op richting
de vulkanen.
Het eerste deel van de wandeling is eenvoudig, maar na een
uur begint het pad sterk te klimmen. De klim loopt door tot we in het midden
van de ‘Southern Crater’ zijn.
De
mist lijkt op te trekken. Rechts van ons zien we de huiveringwekkende ‘Red Crater’,
rotsen opengebarsten door brute kracht, de zachte rode grond binnenin blootgelegd.
Boven op de krater is het zeer koud, de ijzige wind tracht ons de ‘Red Crater’
in te blazen. Het pad loopt steil naar beneden en voortdurend is het oppassen
geblazen niet uit te glijden over de massa losse kleine steentjes. Als je eenmaal
echt uitglijdt is er geen stoppen meer aan. Ik vind het doodeng en loop hand
in hand met Jac, die minder bang is dan ik maar veel vaker even wegglijdt op
zijn super ongeschikte ‘wandelschoenen’. De harde wind jaagt de wolken op en
nu en dan komt de zon te voorschijn en laat de ‘emerald lakes’ onder ons fonkelen,
drie thermische meren met kleurschakeringen verlopend van blauw naar groen.
Toen we eenmaal boven waren dachten we het zwaarste stuk van
de wandeling
achter
de rug te hebben. Dat viel echter flink tegen, de wandeling is 17 kilometer
lang, hoogteverschillen van 700 meter klimmen en 900 meter dalen. De afdaling
loopt veel geleidelijker dan de klim, vermoeiend door de grote afstand, maar
wel een prachtige wandeling met de uitzichten op de kraters en vulkanen boven
ons en diverse grote meren (waaronder Lake Taupo) onder ons. Om negen uur waren
we gestart en we zijn net op tijd voor de vier uur bus aan het eindstation van
de wandeling. We zijn moe en onze spieren doen pijn . Terug op de camping lokken
de
thermische
baden. Het water is echter extreem heet en zelfs ik, altijd nogal kouwelijk,
kan me er nauwelijks in laten zakken. Na tien minuten houden we het niet meer
vol, we voelen ons net gestoomde garnalen en een blik in de spiegel even later
bevestigt dit gevoel. De campingbaas legt ons uit dat het water aan het eind
van de middag circa 41°C is, later op de avond koelt het geleidelijk af
tot 36 graden. Kennelijk hebben we nog net het 41 graden stuk meegepakt!
’s Nachts is het weer bloedheet en benauwd. In tegenstelling
tot de weervoorspelling valt er
geen
druppel regen. We slapen van pure uitputting, alhoewel de muskieten zich niet
hebben laten ontmoedigen door onze anti muskieten spray, te oordelen de volgende
morgen naar de vele bulten. Muggen hebben een duidelijke voorkeur voor mij,
terwijl sandflies een voorkeur voor Jac lijken te hebben. We vertrekken in noordelijke
richting en rijden langs het grote Lake Taupo, waar we een kort bezoek aan de
gelijknamige stad brengen, gezellig maar zeer toeristisch. Vervolgens rijden
we door naar Wai-O-Tapu, het zogenaamde ‘Thermal Wonderland’.
Wai-O-Tapu
is inderdaad een wonderland. De grond onder onze voeten is plaatselijk heet,
mijn voeten worden door mijn dunne zolen heen opgewarmd. Een penetrante stank
van rottende eieren dringt tot in iedere porie. Maar de kleuren van Wai-O-Tapu
zijn onvoorstelbaar prachtig. Onze wandeling voert langs plaatsen genoemd ‘Duivelsbad’,
‘Regenboog krater’, ‘Inktpot van de duivel’, ‘Schilderspalet’ en ‘Champagne
poel’, kleurrijke maar grimmige plaatsen vol borrelende modder van 100 graden.
Boven de baden groeien geen planten. Dieren blijven ver uit de buurt, met uitzondering
van een paar luie vogels die hun nesten boven de warmte bouwen en gemakkelijk
door de, uit de borrelende poelen opstijgende, dampen bedwelmde insecten vangen.
Halverwege
het park hebben we een subliem panoramisch uitzicht over een rivier en meer,
beiden gifgroen gekleurd, een merkwaardig kleurcontrast met het donkere groen
van de bossen in de verte. Recht voor ons komen kringeltjes stoom uit de grond.
We wandelen ruim twee uur rond en ik maak ladingen foto’s. Dan wordt de stank
ons echt te veel. Over elementaire krachten gesproken!
Terug naar Virtual Traveling home