Maori
Waitomo Caves - Coromandel Peninsula / Hahei - Bay of Islands / Paihia / Waitangi
Klik op een foto om te vergroten. Toelichting verschijnt dan in de titelbalk. Deze bladzijden tonen maar een kleine selectie van de 250 Nieuw Zeeland foto's. Bestel de CD om alle 250 foto's schermvullend (800 x 600 pixels) te bekijken! Tevens op de CD: diashows met authentieke muziek en het complete interactieve verhaal, ook geschikt om te printen.
In het noordwesten van het noordelijke eiland brengen we de
nacht door in Te Kuiti, dicht bij de Waitomo Caves die we morgen willen bezoeken.
We kamperen op een kleine camping die door een Maori vrouw gerund wordt. Dit
is de eerste keer in Nieuw Zeeland dat we echt Maori ontmoeten. Op het zuidelijke
eiland zagen we bijna geen Maori, maar hier op het noordelijke eiland zijn
de
Maori duidelijk aanwezig. In Te Kuiti is het grootste deel van de bevolking
Maori. Degene die wij ontmoeten lijken niet erg rijk, maar ze hebben hun eigen
huis en iedereen is goed gestemd, vriendelijke, warme mensen. De eigenaresse
van onze camping verwelkomt ons met een glimlach en we praten even met haar
in de receptie, de kamer vrijwel onherkenbaar getransformeerd met tapijten en
veel bloemen. De vrouw is jong en mooi, met diepbruine ogen, die duidelijk meer
zien dan alleen onze gezichten. Ik vind het fijn dat ze zo hartelijk is maar
voel me ook een beetje gegeneerd, in Nederland kijk je vreemden niet zo direct
aan. En vrienden overigens ook voor het merendeel niet.
De
camping is heel goedkoop, we betalen zeker 40% minder dan op de gemiddelde camping.
We halen wat take away (ook al zeer goedkoop) vlakbij in het centrum van Te
Kuiti. Het cafetaria wordt beheerd door Maori en alle klanten op ons na zijn
Maori. De man die ons bedient is zeer geïnteresseerd, het ligt er dik bovenop
dat we niet uit Nieuw Zeeland komen en hij wil alles van ons weten. Om hem een
indruk van Holland te geven vertellen we dat ons land totaal vlak is. Hij denkt
dat we zwaar overdrijven, maar zegt alleen dat lopen dan wel heel gemakkelijk
moet zijn. Dit slaat aan bij Jac,
die
uitlegt dat hij het hier maar zwaar heeft met een begeleidende klap op zijn
eigen niet te kleine buik. De man grijnst. We nemen het eten mee naar de camping
keuken en openen een fles wijn. De keuken is zeer goed uitgerust en ziet er
uit als een echte keuken, heel huiselijk met gordijnen voor de ramen en de tafels
bedekt met gekleurde tafelkleedjes, een klein vaasje met verse bloemen er bovenop.
We delen de keuken met een grote Maori man. Zijn zeer lange, donkere haar hangt
in gedraaide vlechten over zijn schouders. Hij is geheel geconcentreerd op de
televisie, lijkt heel verlegen en wil liever niet praten of misschien
kan
hij ons niet horen of niet begrijpen. Ik zou hem graag fotograferen maar doe
dat wijselijk niet, ik ben bang hem te beledigen of hem (en mijzelf) nog ongemakkelijker
te laten voelen. Nadat hij een lange film over een Maori familie in de bush
bekeken heeft, lacht hij opeens breeduit naar ons – hij heeft nog maar enkele
tanden in zijn mond – en verlaat de keuken. De volgende dag, als ik aan de picknick
tafel naast onze tent zit, ontmoet ik een ander lid van de familie. De man,
nogal groot met brede schouders en een kaal hoofd, ziet er tamelijk afschrikwekkend
uit. Maar deze indruk wordt tenietgedaan door het hondje wat hij uitlaat: een
extreem klein, nerveus springerig beestje dat hij kalmerend toespreekt met hoge,
vogelachtige kreten. De man is doof, maar begrijpt me zonder probleem als ik
met brede bewegingen van mijn armen commentaar geef op het weer en mijn verwondering
uitspreek over het minieme hondje.
Op weg naar het Coromandel schiereiland bezoeken we eerst de
beroemde Waitomo Caves, vlak ten noordwesten van Te Kuiti. De grotten zijn op
zichzelf niet
erg
bijzonder, ik vond ‘Lake Cave’ in het zuidwesten van Australië mooier,
de intrigerende stalactieten en stalagmieten gespiegeld in het stille water
van een ondergronds meer. Hier in de Waitomo Caves is ook water, een ondergrondse
rivier die door een deel van de grotten stroomt. In totale duisternis stappen
we op een boot. We moeten ons zeer stil houden. En dan zien we de gloeiwormen,
duizenden, recht boven ons hoofd. Het is heel mooi maar ook een beetje onecht,
als de slaapkamer van een kind dat met lichtjes hangend in een net aan het plafond
de sterrenhemel nabootst. De gloeiwormen houden niet van geluid, daarom moeten
we
stil
zijn, wat bovendien de ervaring intenser maakt. Boven mijn hoofd zijn zoveel
lichtjes en het is zo donker om me heen, de boot ligt stil, ik ben blij dat
ik niet alleen ben want dan zou ik me beslist niet helemaal op mijn gemak voelen.
In de maanden voordat de gloeiwormen zich gaan inspinnen en vervolgens ontpoppen
als kort levende vlinder, brengen ze hun tijd door met eten. De gloeiwormen
vangen insecten met lange (15 tot 20 centimeter), kleverige draden die ze uit
hun lichaam laten zakken. Hun lichaam straalt licht uit om de insecten te lokken.
En veel toeristen. Die ze gelukkig niet eten. Zou niet erg bevorderlijk zijn
voor het toerisme.
We
rijden verder naar het Coromandel schiereiland. Grote delen van het noordelijke
eiland van Nieuw Zeeland zijn mooi, maar niet zo totaal overweldigend als het
zuidelijke eiland. Het Coromandel schiereiland vind ik juist wel weer heel bijzonder,
ronde groene heuvels die soms opeens uiteen wijken voor een ruim uitzicht op
de blauwe oceaan. We zetten onze tent op in Hahei, een kleine, afgelegen plaats
met niet veel meer dan een grote camping, twee restaurants en één
winkel. De camping ligt langs een prachtig zandstrand. We brengen een aantal
dagen door op het strand, lekker nog bruiner worden, whisky cola drinken en
gezellig praten met diverse toeristen die we van het
zuidelijke
eiland kennen en zelfs één jongen die we in Australië tegen
gekomen zijn. Jacques heeft nu ieder Nederlandstalig boek wat hij had uit, afgezien
dan van Moby Dick, één van de Nederlandstalige boeken die hij
in Sydney geruild heeft in een groot backpacker hostel, waar ik een verse voorraad
psychologische thrillers heb weten te bemachtigen. Jac vindt Moby Dick zo vermoeiend
met de eindeloze beschrijvingen dat hij voor het eerst begint in een Engelstalige
boek, een thriller die hij helaas ook al zo uit heeft. Na elf weken in Engelstalige
landen doorgebracht te hebben gaat het lezen kennelijk een stuk makkelijker.
Dicht
bij onze camping is Cathedral Cove, tien minuten met de auto en dan veertig
minuten wandelen over heuvels en door velden, het merendeel van de tijd met
een wijds uitzicht op de oceaan. Cathedral Cove is bepaald geen eenzame plaats,
een hele schoolklas speelt in de branding en vele toeristen nemen toch de moeite
van de wandeling om deze speciale plaats te zien. En Cathedral Cove is zeker
een speciale plaats. De ronde grot in de rots die dwars over het strand in zee
loopt, biedt uitzicht op het strand aan de andere kant en op een grote rots,
los staand in het water. Het strand is perfect met warm dik zand en een kobaltblauwe
zee. Je kunt veilig zwemmen hier, de kinderen van de schoolklas zwemmen naar
verder afgelegen rotsen, klimmen erop en duiken vervolgens weer in zee.
Het leven op Coromandel schiereiland is zeer relaxed. Het restaurant
dichtbij toont op een groot bord boven het gebouw de openingstijden: ‘Open till
we’ve closed’.
Het
apparaat in de camping keuken dat kokend water zou moeten leveren doet het helaas
niet (lastig, steeds apart water koken voor thee) en een briefje dat op het
apparaat geplakt is geeft als toelichting: ‘Out of order till fixed’. Geheel
los als ik ben van de Nederlandse haastcultuur komt er onwillekeurig toch een
beeld bij mij op van een baas van de firma waar ik vroeger werkte. De firma
was (is) hightech en dat betekent dat alles al zeker een jaar geleden af had
moeten en kunnen zijn. Als wij maar wat beter ons best gedaan hadden. ‘Don’t
talk to me about problems, only about solutions!’ was (en is ongetwijfeld) de
standaardkreet van deze baas. Ik zie hem al paars aanlopen bij een antwoord
als ‘Out of order till fixed’. Zalig.
We
dineren in een huiselijk restaurant dicht bij de ferry naar Whitianga (vijf
minuten met de ferry, 50 kilometer over de weg), een kleine, toeristische plaats
compleet met palmbomen, uitstekende restaurants en zowaar een geld automaat.
Het restaurant waar we dineren heet ‘Eggcentric’, een open restaurant met terrassen
vol bloemen en een grote tuin. In de ‘Eggcentricity’ wordt voorzien door onze
gastheer, een man van circa 50 jaar met de heldere blauwe ogen die zo kenmerkend
voor de Nieuw Zeelander zijn, gekleed in een wat minder kenmerkend touwrokje
over zijn jeans, waar hij bij iedere bocht vrolijk mee in het rond zwaait. Het
eten is prima en onze gastheer is zeer vriendelijk. Hij vertelt over zijn bezoeken
aan Holland. Voor de verandering heeft hij Amsterdam niet bezocht (iedereen
die we hier ontmoeten denkt dat Nederland een enorm drugsprobleem heeft omdat
men alleen Amsterdam bezocht heeft in Nederland, en dan om precies te zijn enkel
de meest beruchte straten in Amsterdam), maar heeft op diverse plaatsen gekampeerd
en vond het Krüller Müller openlucht museum zeer de moeite waard.
Leuk om te horen.
Na
een halve week wordt het weer slechter en rijden we verder naar het noorden,
door Auckland heen naar de Bay of Islands. Dit gebied staat beter bekend onder
toeristen dan het Coromandel schiereiland, maar ik vind het Coromandel schiereiland
mooier, wat misschien ook aan het nu slechte weer ligt, we hebben wat regen
en veel wind. In ieder geval is Coromandel schiereiland veel minder overstroomd
door toeristen. We kamperen op een kampeerterrein naast een waterval in de buurt
van Paihia. Inmiddels zijn we zo verwend, dat we niet eens meer de moeite nemen
de tamelijk lage waterval beter te gaan bekijken. Jac verklaart geen waterval
meer te willen zien. Ik stel hem gerust dat we over een week terug zijn in Holland
en dat hij zich dan in ieder geval het volgende halfjaar en met enige mazzel
het volgende jaar geen zorgen hoeft te maken over watervallen.
Naast Paihia ligt Waitangi. We bezoeken het Waitangi National
Reserve. Dit is de plaats waar op zes februari 1840 het verdrag van Waitangi
is getekend, een verdrag tuss
en
de Koningin van Engeland en 46 Maori opperhoofden. Het verdrag geeft de Koningin
het alleenrecht op aankoop van Maori land en garandeert de Maori als tegenprestatie
de volledige rechten en privileges van Engelse onderdanen. Hoewel het verdrag
voortdurend geschonden werd door de Engelsen, heb ik toch de indruk dat de Maori
beter af zijn en meer gerespecteerd worden door hun landgenoten dan de Aboriginals,
hun Australische buren. Dit kan misschien ook te maken hebben met de andere
cultuur van de Maori, die meer gewend zijn aan settelen op één
plaats dan de rondtrekkende Aboriginals, en het zodoende wellicht makkelijker
vinden zich aan te passen aan de Europese manier van leven.
Vanaf Paihia zie je niet veel van de Bay of Islands, dus boeken
we een cruise. De vrouw die onze camping beheert maakt zich veel zorgen over
ons, eerst meent ze
zeker
te weten dat we zeer slecht geslapen hebben door de aanhoudende regen, die een
aantal andere tenten totaal doorweekt heeft. Ik leg uit dat onze tent waterproof
is. Ze glimlacht meelevend. Een tikje geïrriteerd vraag ik of zij wellicht
in haar huis problemen met lekkage heeft. Dat helpt, maar nu begint ze advies
te geven over goede medicijnen tegen zeeziekte. Ik heb verteld dat we vanmiddag
met de cruise meegaan, er staat nogal wat wind en dat zal zeker problemen geven
legt de vrouw uit. Ik zeg dat Jac noch ik ooit zeeziek zijn maar als dat niet
helpt geef ik het op en luister braaf naar een gedetailleerde uitleg over de
medicijnen die we moeten innemen en waar we die het beste kunnen kopen.
De
cruise is mooi, jammer alleen dat het regent. We krijgen toch een goede indruk
van de Bay of Islands, ladingen eilanden inderdaad! De kapitein is net als de
vrouw van onze camping zeer bezorgd voor onze gezondheid en kondigt iedere grotere
golf op tijd aan, zodat we ons kunnen voorbereiden. Zodra we op open zee komen
gaat de wind tekeer en de kapitein durft niet door het beroemde ‘Hole in the
Rock’ te varen, een natuurlijke tunnel net breed genoeg voor een middelgroot
schip. Om ons te overtuigen dat het niet verantwoord is door de tunnel te varen,
stuurt hij dicht
naar
de ingang. De golven slaan hard tegen de scherpe rotsen en onze toch niet kleine
boot wordt heen en weer gesmeten als een speelgoedje. Wij zijn met z’n allen
geheel overtuigd. Op de terugweg komen we vast te staan in een ‘dolphin jam’zoals
onze kapitein het noemt, minstens honderd dolfijnen zijn op weg naar open zee
en boten mogen niet snel varen als dolfijnen in de buurt zijn. Een prachtig
gezicht, al deze dolfijnen. De meeste duiken onder onze boot door en zwemmen
snel door richting open zee, anderen keren om, kijken naar ons en spelen verstoppertje
onder onze boot. We leggen aan bij Urupukapuka Island, Dit is Maori voor het
eiland met de vele groeiende bomen. Hier zijn nog meer schapen dan bomen en
vrijwel geen mensen. We beklimmen de heuvel op het midden van het eiland en
hebben een fantastisch weids uitzicht over alle eilanden in de baai. Het regent
even niet, maar helaas laat de zon zich ook niet zien.
De laatste dagen van onze vakantie in Nieuw Zeeland besteden
we in Auckland. We brengen onze auto terug – nog zo goed als nieuw voor de verandering,
geen
hagelsteen butsen, geen kangaroe schade – en krijgen onze 1000 NZ dollar borg
zonder problemen terug. Prima voor ons budget! Auckland heeft veel water, overal
liggen boten. Het regent net zo hard als het regende in Christchurch toen we
aankwamen in Nieuw Zeeland. In ieder geval hebben we reuze geluk gehad met het
weer, heel lekker zomerweer gedurende het grootste gedeelte van ons verblijf
hier. Vrienden die een maand eerder in Nieuw Zeeland waren dan wij hadden zeer
veel regen gedurende hun vier weeks bezoek. Maar ja, het regent nu vrijwel continu
en dat is toch niet leuk. Wij troosten ons in een gezellig Belgisch café
waar ze zalige Nieuw Zeelandse mosselen serveren en echt Belgisch Tripel bier,
de eerste keer in zowel Australië en Nieuw Zeeland dat we Belgische Tripel
ontdekken in een café!
Na drie maanden reizen vervolgen we onze rond de wereld tour
en vliegen naar het oosten, bezoeken Los Angeles voor een paar dagen en
vliegen
dan het laatste stuk door naar Holland, waar het mij tenminste drie maanden
zal kosten om weer aan het Nederlandse binnenhuis leven te wennen. Gelukkig
is het dan zomer hier en beginnen we ons af te vragen hoe we onze volgende Hollandse
winter zullen doorbrengen, de andere kant van de wereld is zeker een aantrekkelijk
alternatief!
Terug naar Virtual Traveling home